Het telefonische interview – 10 tips voor beginners

Interview per telefoon – hoe doe je dat?

Wanneer je zoals ik regelmatig schrijft voor personeelsbladen en andere magazines, moet je vaak mensen interviewen. Interviewen is een leuk vak, en erover schrijven is nog leuker. Daarom in dit blog 10 tips voor het telefonische interview. Vooral voor degenen die nog niet zoveel ervaring hebben. En waarom telefonisch? Omdat dat meestal efficiënter, sneller en makkelijker is dan een gesprek op locatie. En het werkt net zo goed.

 

Tip 1: bereid je goed voor.
Dat geldt natuurlijk voor alles. Maar bij interviews is het helemaal belangrijk. Wie ga je interviewen (naam en functie, google even, dan weet je wie je spreekt) en voor wie schrijf je het stuk? En wat is het doel? Dat staat als het goed is allemaal in de briefing. Als je die niet hebt of hij is gebrekkig, vraag er dan naar bij je opdrachtgever. Of bedenk het zelf.

 

Tip 2: verzin 5 goede vragen.
Open deur, zeker. Maar toch: leef je in in de lezers, de doelgroep voor wie je schrijft. Welke vragen hebben of zouden de lezers kunnen hebben over dit onderwerp? Een stuk of 5 vragen is genoeg om mee te beginnen. De rest komt wel tijdens het gesprek. Is het een lastig onderwerp en heft de tekst tot doel de lezers te informeren? Vraag dan altijd naar de 5 W’s en de H (wie wat waar wanneer waarom & hoe).

 

Tip 3: schrijf of type en print je vragen en nummer ze.
Bij het interview kun je dan snel de antwoorden noteren, namelijk met het cijfer in plaats van de hele vraag.

 

Tip 4: plan direct een afspraak.
Zodra je weet wie je moet interviewen: maak meteen een belafspraak. Iedereen heeft het druk en als je ruim de tijd hebt is dat altijd handiger. En in de tussentijd kun je je voorbereiden.

 

Tip 5: geen afleiding.
Een interview vraagt opperste concentratie. Dus: deur dicht, radio uit, zorg dat je in een kamer alleen zit, glaasje water bij de hand, en niet naar het toilet hoeven ;-).

 

Tip 6: geef een goede introductie.
Want hoe duidelijker, hoe beter en hoe klantvriendelijker. Noem in ieder geval:
* reden voor het interview: “Ik ben Pietje Puk, ik werk in opdracht van Jan Doedel aan een boekje Hoe overleef ik kantoor. Daarvoor interview ik 6 mensen van wie u er één bent.”

* klantvriendelijk: “Komt het uit dat ik nu bel?” Voor het interview heb je weliswaar een belafspraak, maar toch moeten mensen vaak nog even een mailtje afmaken, een nieuwsgierige collega de kamer uitwerken of iets anders belangrijks doen. Geef ze de ruimte.

* procedure: “U krijgt de tekst van het interview tevoren in te zien om te checken of de inhoud klopt.” Zeker bij bedrijfs- en personeelsbladen is dat belangrijk, omdat de tekst dan ‘in dienst’ staat van de organisatie. Dat is anders dan bij puur journalistiek werk. Het maakt ook dat mensen makkelijker vrijuit spreken. Ze mogen het immers eerst teruglezen.

* je of u? Altijd netjes om dat even te vragen.

 

Bonus bij tip 6: door een goede introductie maak je niet alleen een prettige, beleefde indruk, maar geef je de ander ook de kans om te wennen aan je stem en om minder zenuwachtig te worden. (Ik heb ook wel eens, 100 jaar geleden, een ‘telefoneercursus’ gevolgd. Daarin zeiden ze dat je áltijd moet glimlachen aan de telefoon. Dat schijnt echt te werken.)

 

Tip 7: durf te vragen.
Zelf heb ik 2 handige interview-eigenschappen: nieuwsgierigheid en directheid. Niet dat ik meteen botte vragen stel of mensen het vuur na aan de schenen leg. Maar je moet wel dúrven vragen. “Kun je dat nog een keer uitleggen?” Of, als het te snel gaat – en dat is best vaak: “Wacht, dit moet ik even opschrijven.” Dat mag. De beste aanpak bij een interview is niet bang zijn om door te vragen (en niet bang zijn om even rust te nemen om iets belangrijks goed op te schrijven). Want als je dat niet doet, verschuif je het probleem naar het moment van uitwerken. Heb je dan geen duidelijk antwoord, dan zit je met de gebakken peren.

 

Tip 8: interview uitwerken? Kies eerst de vorm: vraag-antwoord, artikel met quotes of monoloog.
Kan allemaal. Maar alle variaties komen neer op samenvatten en ‘lekker’ maken. Vooral de kop en de intro. Zorg dat de lezer denkt: dit móet ik nu lezen!

 

Tip 9: wees een geoefend multitasker. Want dít moet je allemaal tegelijk doen: telefoon in de ene hand (ik werk tegenwoordig met een headset, reuze handig en beter verstaanbaar), een pen in de andere hand, vraag stellen, luisteren naar het antwoord, checken of je dat begrijpt, vervolgvraag bedenken plus een bruggetje daarnaartoe, én alles opschrijven. Valt niet mee! Maar naarmate je het vaker doet, gaat het steeds beter.

 

Tip 10: vraag expliciet reactie op de inhoud en niet op taal, spelling, stijl.
Stuk klaar, nu de correcties nog. Vraag alleen iets als: “Ik hoor graag van u of de inhoud correct is. Dat kunt u doen door in de tekst aan te geven wat er niet klopt.” Dan voorkom je dat mensen zelf gaan herschrijven. Dat doen ze heel vaak, en meestal niet al te best (sorry, alle mensen die ik interview).

 

Zo, klaar zijn je interviews. Veel plezier. En blijf altijd nieuwsgierig! En kom je er niet uit? Bel of mail TekstvanBets. We helpen je graag verder!